Breien-op-de-kniftyknitter.jouwweb.nl
De knifty knitter » tips en trucs

tips en trucs

* Een fout gemaakt? Als je na de fout maar een paar steken of 1-2 toeren hebt gebreid, is het het makkelijkst om gewoon terug te breien. Pik met de overhalingspen de lussen op en zet deze weer op de pinnen, begin aan de kant waar de werkdraad zit en wikkel deze weer los.

Als de fout meerdere toeren eerder is gemaakt haal dan de lussen van de pinnen en haal het uit. Je kan dan het beste eerst met naald en een draad in een afstekende kleur door de steken 'naaien' van de toer tot waar je het uit wilt halen. Je kan dan goed zien hoe de steken weer op de pinnen gezet moeten worden. Omdat je het werk weer moet uitrekken om de lussen op de pinnen te zetten, voorkomt de draad dat je verder uithaalt dan dat de bedoeling is.

* Bij het rondbreien met de 'eetjes' steek komt er een 'ladder' tussen de 1e en de laatst gebreide steek. Je kan dit voorkomen door iedere pin afzonderlijk te wikkelen en te breien. Dus niet eerst alle pinnen wikkelen en dan alle pinnen breien, maar pin voor pin breien.

* bij het breien van verschillende steken is het soms lastig te zien welke steek je moet gaan breien.

Tip: markeer de pinnen met van die hele kleine elastiekjes. Verschillende kleurtjes voor verschillende steken.

*de randen van een sjaal of plat breiwerk gaan krullen

Tip:zet de steken op met de kettingsteek ( haaknaald) en brei de eerste EN laatste toeren in de ribbelsteek (garterstitch) Brei ook de eerste 4 en de laatste 4 steken van elke toer in de ribbelsteek.

* na het afhalen met de haaknaald is de afgekante rand zo strak

Tip:Haak tussen elke afgehaalde lus een losse. De rand wordt dan net zo breed als de opzetrand

* De opzetrand wordt met de ewrap zo los.

Tip: Zet de steken op met de haaknaald, de kettingopzetsteek. Of kies voor de dubbele ewrap opzet. Wikkel de pin 2 keer en haal over, wikkel dan pas de volgende pin.

*De steken zien er zo raar uit.

Omdat de pinnen op enige afstand van elkaar staan, wordt het breiwerk in de breedte en in de lengte wat uitgerekt. Vooral met de tricotsteek is dit lastig. Maak daarom altijd een proeflapje, haal dit van de loom af en laat de steken op de goede spanning komen. Pas dan gaan opmeten hoeveel steken en toeren er op 10 cm zitten.

* Welk garen kan ik gebruiken?

Eigenlijk is de meeste wol wel bruikbaar. het is wel afhankelijk van wat je wilt gaan maken. Zo levert de tricotsteek een dichter breiwerk op dan met de verdraaid rechte steek. Bij hele dikke wol voor bv pennen 9 is het mooi om pinnen over te slaan. Het breiwerk wordt dan luchtiger. Bij dunne wol is het beter om een dubbele draad te gebruiken. Het is natuurlijk ook mogelijk om op de rechte looms een dubbel breisel te maken.

* probeer eens met verschillende kleuren of verschillende diktes van garen tegelijkertijd te breien. Dit geeft vaak een verrassend resultaat. Let er wel op dat beide garens op dezelfde manier gewassen kunnen worden!


 

De truc om een paar steken meer op te zetten dan er pinnen zijn kan je op deze blog vinden:

http://loomknittingblog.blogspot.com/2006/11/need-few-more-pegs.html

Op dit moment is alleen de tekst in het Engels beschikbaar op haar blog. Ik mag het vertalen en de vertaling komt binnenkort op haar blog te staan. Dit is in verband met copyright.

Hier volgt een lijstje van termen die ik van het engels naar het nederlands omgezet heb.

Deze nederlandse woorden gebruik ik ook op deze website.

e-wrap: verdraaid rechte steek

single stitch: rechte steek

purl-stitch: averechte steek ( averechte tricotsteek)

garter stitch: ribbelsteek

double stitch: dubbele steek

double sided stockinette: dubbelzijdig tricosteek

flat stitch: platte steek (tricotsteek)

knit stitch/ stockinette stitch: platte steek ( tricotsteek)

moss stitch: gerstekorrel

rib stitch: boordsteek

peg: pin

cast on: opzetten van de steken

chain cast on: opzetten van de steken met een haaknaald zodat er een ketting ontstaat.

 

 

cable: kabel

chart: teltekening

cuff: manchet

decrease: minderen

hem: zoom

increase: meerderen

loop: lus

make 1: 1 steek meerderen

gauge: steekgrootte

slipped stitches: steken die overgeslagen zijn.

twist stitches: steken kruisen

cast off, bind off: afhalen van steken oftewel afkanten

1 knit 1 purl:1 recht 1 averecht

alternate: elke 2e toer

alternately: afwisselend